donderdag 31 januari 2008

Terug in Singapore 2

Jammer, jammer, jammer. Vandaag is echt de laatste dag van onze reis en we zijn weer druk aan het passen en meten met de bagage. De vorige drie keer zijn we gelukkig gematst met onze overbagage. Zal dat deze laatste vlucht ook weer lukken?

Het is lekker om weer een paar daagjes in Singapore te zijn en op die manier de terugreis naar de harde realiteit in Nederland nog even uit te stellen. Jeroen en Brigid moeten natuurlijk gewoon werken, maar Milla is thuis om mee te spelen. We zijn vanmorgen met Milla en Rosalie naar een indoor-playground in een shoppingmall geweest (typisch Singapore!) en hebben daarna geluncht met Jeroen bij een sushi-bar.
Gisteren hebben we met z'n vieren nog een boottochtje gemaakt op de Singapore-river en door Chinatown gelopen. Puck en Jip hadden tot nu toe nog nauwelijks iets van de stad Singapore gezien.

We kijken nu al allevier terug op een geweldige reis. In de loop van deze drie maanden zijn ook Puck en Jip ervaren reizigers geworden. Dirk en ik vinden het ontzettend leuk om te zien hoe makkelijk en flexibel ze zijn geworden. Elke dag bracht wel een aantal verrassingen en we hebben volop kunnen improviseren.
Puck en Jip genoten zichtbaar van het buitenleven. Kamperen, stenen in de rivier gooien, zandvliegjes doodmaken, etc. Maar ook het reizen met de bus was elke keer een avontuur. In tegenstelling tot Thailand was het cultuurverschil niet zo groot, alleen de taal was vreemd. Puck heeft best wat Engels opgepikt, maar is nog wat te verlegen om er echt mee voor de dag te komen. Ze heeft wel haar eigen "Engelse" brabbeltaal ontwikkeld en spreekt met Jip ook vaak "Engels" in de fietskar (What's your name?).

Hieronder nog een paar kiekjes van onze laatste dagen in Nieuw-Zeeland:

Zeehonden kijken in Kaikoura:

De kampeerboerderij in Hawkswood. We hebben ontbeten met scharreleitjes die Puck uit de nesten heeft mogen halen.


En de laatste etappe naar Cheviot. Toch nog even een zelfportret:

dinsdag 29 januari 2008

Thanks Dominic, Nicky, Patrick, Tom, Joe & Nicolas!

Onze laatste dag in Nieuw Zeeland hebben we doorgebracht bij de vrienden van Eva, de familie Dravitzki.
We hebben daar op ons gemakje de fietsen in hele kleine dozen gestopt, terwijl Puck en Jip genoten van al het speelgoed en alle ruimte. Voor Jip was het echt een paradijs want er was een onuitputtelijke voorraad autootjes in en om het huis te vinden. En er was ook een zwembad!

's Middags hebben we nog een sightseeing-tourtje Christchurch gedaan en zijn we naar Sumner Beach geweest.
En na de BBQ was er door Nicky zelfgemaakte Pavlova toe. Op de valreep toch nog echte Pavlova geproefd. Heerlijk!
Wat een perfecte manier om onze trip in NZ te eindigen.
Dominic en Nicky, many many many thanks!

zaterdag 26 januari 2008

Back in Christchurch

Onze fietstocht zit er -met ruim 1500 km- op, we zijn weer terug in Christchurch. Het is "extremely busy" in de stad, in verband met concerten van Bon Jovi en Joe Cocker en een straattheaterfestival. Gelukkig hebben wij een prima familyroom gevonden in een backpackershostel in de stad. We vinden Christchurch nu wel veel bruisender dan twee maanden geleden.
Morgen gaan we naar Dominic en Nicky om op ons gemakje alles weer in te pakken. Zij hebben zelfs fietsdozen voor ons geregeld. Super! Daarom hoefden wij vandaag niet meer te stressen en konden we gewoon een paar terrasjes pikken en nog wat (lichtgewicht) souvenirs aanschaffen.
De twee maanden in Nieuw Zeeland zijn natuurlijk omgevlogen. Ook hier moeten we nog een keer terugkomen. Het is een schitterend land met een hele relaxte atmosfeer. We hebben zelfs al een klein beetje emigreer-neigingen gekregen.

dinsdag 22 januari 2008

Buma in Kaikoura

We zijn eindelijk overstag: we zijn definitief buma geworden en zitten in een caravan in Kaikoura:


En het bevalt uitstekend. Geen gehannes meer met het opzetten van de tent, gewoon stahoogte, lekker ruim en Puck wilde altijd al een caravan. Jammer dat we hem niet kunnen meenemen. Want hij staat hier op een camping in Kaikoura. We zijn hier aangekomen met de bus vanuit Blenheim. Er waren (regen)stormwaarschuwingen voor de Nelson regio. En nu hier ook al voor Kaikoura. De boten waarmee hier naar whales wordt gewatched varen dan ook niet uit. Voor ons maakt dat niet veel uit, want we kunnen (in ieder geval met z'n vieren) toch niet mee: Jip is te jong. Datzelfde geldt voor dolfijnenkijken, zwemmen met zeeleeuwen, etc. We gaan morgen maar fietsen naar de zeeleeuwen. Dat is voor alle leeftijden.

Het strand en de zee zijn weer mooi:


maandag 21 januari 2008

Met een omweg naar Blenheim

De fiets was weer gerepareerd en hoewel we alweer moeten denken aan de terugreis naar Christchurch, hadden we nog veel zin om te fietsen. We hebben een ommetje gemaakt via het Abel Tasman park (met de watertaxi ons laten wegbrengen om een leuke wandeling te maken) en N.P. The Nelson Lakes. Na een paar dagen schitterend weer en mooie, rustige fietswegen begint het nu te betrekken. We nemen de bus naar Blenheim om wat tijd te winnen.

Pucks na-ijs gezicht:

Stenengooien bij Lake Rotoiti (een van de Nelson lakes):

Beach Kaiteriteri. Jip is uitgeput na de wandeling van 1,5 uur:

Fietsjes op de camping precies op maat voor Puck en Jip:
Rustpauze tijdens de wandeling in het Abel Tasman park:
Abel Tasmanpark. Bij dit strandje werden we opgehaald met de watertaxi:
Robina Crusoe:
We worden opgehaald door de watertaxi:

woensdag 16 januari 2008

Westcoast 2 (Update: nu met foto's!)

We waren heel nieuwsgierig naar de pannenkoekenrotsen. Op de foto's en ansichtkaarten zien ze er heel gaaf uit, maar een fietster op de camping in Frans Jozef Glacier was niet erg positief: te toeristisch en de zogenaamde “blowholes” deden het niet. Onze ervaring was gelukkig duidelijk anders. Het was mooi weer en de pancake rocks zagen er geweldig uit:

Bovendien was er veel deining op zee en dat leverde mooie spetters op tegen de rotsen. Doordat de golven met veel geweld tegen de rotsen donderen, komt er in de spleten en grotten in de rots grote druk te staan, waardoor er op verschillende plaatsen een soort fonteinen omhoog spoten: blowholes. Spectaculair!

Het cafe tegenover de rotsen was weliswaar behoorlijk toeristisch, maar de koffie was goed, internet was heel goedkoop (geskyped met de opa's en oma's; met onze mobiele telefoon hadden we geen ontvangst, maar bellen via internet kon dus wel) en we hebben er, hoe kan het ook anders, pannenkoeken gegeten.

Luis had gezegd dat je de westcoast het best van noord naar zuid kan fietsen omdat je het dan steeds groener ziet worden. Maar tot nu toe merken wij er weinig van dat het in het noorden minder groen is. Ook hier is het bos duidelijk een regenwoud: heel veel verschillende soorten bomen en planten, zeer dicht op elkaar. Een heel mooi bos om te zien. Er lopen veel “tracks” door het bos, maar deze slaan we vrijwel allemaal over. Vooral Jip loopt nog niet zo ver. We moeten dus nog eens terug... Maar ook op de fiets krijg je er veel van mee. Vooral heuvelop, want dan gaan we in wandeltempo: 5 km/uur. We vallen nog net niet om. Het is behoorlijk zwaar. Is dat wel leuk dan? Ja.


We hadden geen duidelijke voorstelling bij het noorden van de westkust. Maar het blijkt hier ook behoorlijk te heuvelen. Leuk. En ook is het nog steeds heel leeg. Er zijn maar weinig plaatsen en in veel plaatsjes is geen winkel. Meestal is er wel iets van een pub of iets anders waar je kunt eten. Dus het afzien op de fiets kunnen we nog steeds goed compenseren met horecabezoek. Nee, we zijn nog niet echt afgevallen.

Na Punakaiki hebben we gekampeerd in Charleston. Charleston had in de tijd van de goudmijnen 18.000 inwoners, nu 100. Moeilijk voor te stellen. Ook in Charleston was geen winkel, dus hebben we daar gegeten in de pub. We hadden daar een soort prive serre, compleet met een heleboel speelgoed:

Aan Jip heb je dan echt even geen kind meer.

In de buurt was nog een romantische “laguna” (tip van het barmeisje), dus daar zijn we ook nog even langsgefietst. Helaas geen blauwe pinguins gezien.


De dag na Charleston regende het en kwamen we niet verder dan een cabin in Westport. Geen weer voor de zeehonden-kolonie. Vervolgens ging onze fietstocht verder via de groene Buller gorge richting Nelson. het weer was wat wisselvallig en we hebben een hele natte overnachting met een heleboel sandflies gehad op een DOC-campground (natuurcamping met alleen water en wc). We waren blij verrast dat het humeur van de kinderen niet leek te lijden onder deze matige omstandigheden.


En nu zitten we onverwacht al in Nelson. Wat is er gebeurd? Fietspech! Mijn (Loes) velg is gebroken c.q. opengebarsten:

We stonden ineens stil midden in de Buller Gorge. Er zat niet veel anders op dan om te gaan liften:

Dat ging gelukkig razensnel. We hadden twee auto's nodig om alle fietsen en spullen en mensen kwijt te kunnen. Puck en Jip vonden het ook wel weer een mooi avontuur. In de bewoonde wereld van Murchinson bleek geen fietsenmaker te zijn. We hebben dus meteen de eerstvolgende bus naar Nelson genomen. Gelukkig bleek daar wel een goede fietsenmaker te zijn en vandaag heeft die voor mij een nieuw achterwiel gespaakt. Tja, we hebben wel leren “wielspaken” van Marten Gerritsen, maar we lieten dit lastige en verantwoordelijke karweitje toch wel graag over aan de fietsenmaker.

Vandaag hebben we met een huurfietsje een lekker tochtje naar het strand gemaakt, want het is weer stralend weer. Morgen kunnen we weer verder. We moeten alleen nog even bedenken waarheen. Helaas moeten we de terugreis naar Christchurch al in gedachten houden...

vrijdag 11 januari 2008

Westcoast

Het fietsen ging weer een beetje stroef na een week niet fietsen. Gelukkig was de eerste etappe naar Lake Hawea niet ver en het weer goed. De camping was nogal vol, maar we dachten toch een aardig plekje te hebben gevonden. Hmm, we hadden niet goed opgelet. De buren bleken nogal luidruchtig te zijn. Tess had ons al gewaarschuwd: de Kiwi's houden ervan om met een aantal tenten een soort fort te bouwen op de camping rond kersttijd. En dat kan lawaai geven. We hebben de tent maar wat verplaatst. Lake Hawea:

Naar Makarora was het alweer goed weer en zelfs de wind zat mee:

Makarora zelf was niet veel, maar er was een camping en een restaurant. Een heleboel plaatsjes waar we komen stellen niet veel voor, maar door onze kleine dagafstanden zien we ze toch. En dat heeft juist ook wel weer wat.
Het was er wel heel mooi en leuk was dat we hier twee vogels zagen die Puck en ik daarvoor in het birdlife park in Queenstown hadden gezien: de Wood pigeon en de Tui. Deze laatste maakt een heel gezellig geluid. De Maori's hielden hem als huisdier.

Over de Haast pas hebben we getwijfeld, maar we hebben toch maar de bus genomen. Er zat een lang stuk bij zonder dat we proviand konden inslaan. En de fietsgids zei dat dit traject berucht is om de irritante sandflies. Bovendien hebben we niet genoeg tijd om alles te fietsen in Nieuw Zeeland. Vanwege dit laatste hebben we de bus dus maar voor een lang stuk genomen, helemaal naar Franz Joseph Glacier. Voetballen op de camping met de wereldbol: Goal!


We kregen onderweg wel spijt dat we de Haast pas toch niet hebben gefietst: het leek goed te doen en was heel mooi. Maar bij de steile stukken bij Fox Glacier en Franz Joseph waren we blij dat we in de bus zaten.

Toen we de Haast pas over waren zagen we eindelijk de Varen, het symbool van Nieuw Zeeland dat in alle logo's voorkomt. En inderdaad, hier aan de groene westkust stikt het ervan.


We zijn meteen maar een dag extra gebleven bij Franz Joseph Glacier. Om de gletsjer te gaan bekijken natuurlijk:

We konden er bijna naartoe fietsen. Vanaf de parkeerplaats (wij waren de enige fietsers) was het nog wel een uur lopen en dat is heel wat voor Puck en Jip. Het laatste stuk ben ik alleen met Puck gegaan. En ik heb haar ook nog een stuk moeten dragen, maar zo'n gletsjer is (ook voor een rotsklimmer – eigenlijk boulderaar - als ik) toch de moeite waard om te bekijken:


De volgende dag werden we wakker in een zeer natte regenbui. Het campingterrein stond blank en wij hadden een beetje pech met de plek van de tent. De plassen stonden in de voortent. We wisten van de weerberichten al dat het weer minder zou worden, maar zoveel natheid hadden we ook niet verwacht. Maar we hebben toch onze voorgenomen etappe afgelegd, onafgebroken in de regen:

Gelukkig wachtte in het gehucht Whataroa een cabin. Die hadden we wel verdiend. En we konden mooi weer alles laten drogen (met de electrische verwarming op 10):

De dag na de regendag was weer droog. We zagen onderweg nog een stuk weg dat was weggeslagen. Ook voor Westcoast-begrippen was het blijkbaar behoorlijk nat geweest. De overnachting bij een onbemande camping aan een meertje was weer zeer sfeervol...:


... maar de sandflies waren irritant. Je krijgt er jeuk van die langer aanhoudt dan bij een muggebeet. Ik had de volgende dag geen zin in nog een camping met sandflies en dacht dat de stadscamping in Hokitika daar minder last van zou hebben. Hmm, de camping viel tegen, maar er waren nauwelijks vliegjes. Onderweg kwamen we de Nieuwzeelandse “Pukeko” tegen. Dit is een loopvogel (kan een beetje vliegen), waarvan we thuis al heel lang een knuffel hebben. En we hebben hier net een boekje gekocht: “Perky the Pukeko”. We zijn blij dat we hem nu in het echt hebben gezien:

De zee bij Hokitika was imposant:

... maar verder was Hokitika niet zo leuk dat we er lang wilden blijven.

Het stuk tussen Hokitika en Greymouth zou “heavy traffic” hebben. We besloten dus weer de bus te nemen. Heel handig, die kan je gewoon 's avonds om 10 pm nog bellen. Toen de bus de volgende dag kwam, bleken we echter niet op de lijst te staan. En op fietsen had de chauffeur al helemaal niet gerekend. Gelukkig kon alles toch mee, door de fietsen in het gangpad te plaatsen:

In Greymouth hoefden we ook niet te zijn, dus uit de bus zijn we meteen doorgefietst naar Punakaiki, beroemd vanwege de Pancake Rocks. Prachtige weg langs de kust. Lekker heuvel op, heuvel af. Daar word je dus toch behoorlijk moe van.
Sfeerfoto's onderweg:

Jip en Dirk hebben allemaal jadegevonden op het strand:
Onderweg passeerden we de 1000 km grens van deze vakantie. En in Punakaiki zijn we nu. Foto's volgen later.