Bovendien was er veel deining op zee en dat leverde mooie spetters op tegen de rotsen. Doordat de golven met veel geweld tegen de rotsen donderen, komt er in de spleten en grotten in de rots grote druk te staan, waardoor er op verschillende plaatsen een soort fonteinen omhoog spoten: blowholes. Spectaculair!
Het cafe tegenover de rotsen was weliswaar behoorlijk toeristisch, maar de koffie was goed, internet was heel goedkoop (geskyped met de opa's en oma's; met onze mobiele telefoon hadden we geen ontvangst, maar bellen via internet kon dus wel) en we hebben er, hoe kan het ook anders, pannenkoeken gegeten.
Luis had gezegd dat je de westcoast het best van noord naar zuid kan fietsen omdat je het dan steeds groener ziet worden. Maar tot nu toe merken wij er weinig van dat het in het noorden minder groen is. Ook hier is het bos duidelijk een regenwoud: heel veel verschillende soorten bomen en planten, zeer dicht op elkaar. Een heel mooi bos om te zien. Er lopen veel “tracks” door het bos, maar deze slaan we vrijwel allemaal over. Vooral Jip loopt nog niet zo ver. We moeten dus nog eens terug... Maar ook op de fiets krijg je er veel van mee. Vooral heuvelop, want dan gaan we in wandeltempo: 5 km/uur. We vallen nog net niet om. Het is behoorlijk zwaar. Is dat wel leuk dan? Ja.
We hadden geen duidelijke voorstelling bij het noorden van de westkust. Maar het blijkt hier ook behoorlijk te heuvelen. Leuk. En ook is het nog steeds heel leeg. Er zijn maar weinig plaatsen en in veel plaatsjes is geen winkel. Meestal is er wel iets van een pub of iets anders waar je kunt eten. Dus het afzien op de fiets kunnen we nog steeds goed compenseren met horecabezoek. Nee, we zijn nog niet echt afgevallen.
Na Punakaiki hebben we gekampeerd in Charleston. Charleston had in de tijd van de goudmijnen 18.000 inwoners, nu 100. Moeilijk voor te stellen. Ook in Charleston was geen winkel, dus hebben we daar gegeten in de pub. We hadden daar een soort prive serre, compleet met een heleboel speelgoed:
Aan Jip heb je dan echt even geen kind meer.
In de buurt was nog een romantische “laguna” (tip van het barmeisje), dus daar zijn we ook nog even langsgefietst. Helaas geen blauwe pinguins gezien.
De dag na Charleston regende het en kwamen we niet verder dan een cabin in Westport. Geen weer voor de zeehonden-kolonie. Vervolgens ging onze fietstocht verder via de groene Buller gorge richting Nelson. het weer was wat wisselvallig en we hebben een hele natte overnachting met een heleboel sandflies gehad op een DOC-campground (natuurcamping met alleen water en wc). We waren blij verrast dat het humeur van de kinderen niet leek te lijden onder deze matige omstandigheden.
En nu zitten we onverwacht al in Nelson. Wat is er gebeurd? Fietspech! Mijn (Loes) velg is gebroken c.q. opengebarsten:
We stonden ineens stil midden in de Buller Gorge. Er zat niet veel anders op dan om te gaan liften:
Dat ging gelukkig razensnel. We hadden twee auto's nodig om alle fietsen en spullen en mensen kwijt te kunnen. Puck en Jip vonden het ook wel weer een mooi avontuur. In de bewoonde wereld van Murchinson bleek geen fietsenmaker te zijn. We hebben dus meteen de eerstvolgende bus naar Nelson genomen. Gelukkig bleek daar wel een goede fietsenmaker te zijn en vandaag heeft die voor mij een nieuw achterwiel gespaakt. Tja, we hebben wel leren “wielspaken” van Marten Gerritsen, maar we lieten dit lastige en verantwoordelijke karweitje toch wel graag over aan de fietsenmaker.
Vandaag hebben we met een huurfietsje een lekker tochtje naar het strand gemaakt, want het is weer stralend weer. Morgen kunnen we weer verder. We moeten alleen nog even bedenken waarheen. Helaas moeten we de terugreis naar Christchurch al in gedachten houden...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten